Vooruitstrevend in de digitale tijd

november 22, 2007 at 1:23 am (artikels, vooruit) (, , , , )

Het kunstencentrum Vooruit in Gent heeft in september zijn vijfentwintigste verjaardag gevierd, maar de tijd staat niet stil. Ook zij moeten volgen in het digitale tijdperk. Men is dan ook volop bezig met nieuwe projecten, waarvan de community er een is. We spraken met Peter Van de Eede, programmator van het kritisch forum, over de digitale toekomst van de Vooruit: “Het is allemaal relatief snel gegaan. Toen ik hier 25 jaar geleden begon, zat ik met een stencilapparaat het maandblad te stencilen.”

Nieuwe communicatietechnologieën vinden we overal om ons heen en een  kunstencentrum als Vooruit kan daarbij niet achterblijven. Daarom hebben ze op hun website een community opgericht. Een community is een gemeenschap op het internet waar mensen met dezelfde interesses met elkaar in contact te komen.

Worden via de community op de website echt nieuwe onderwerpen aangesneden?

    

Voordelen van de community www.vooruit.be

Ø je agenda bijhouden met daarin de voorstellingen die je wil zien en die je gezien hebt                 Ø voorstellingen aanbevelen aan andere bezoekers van de community    Ø een recensie schrijven of een korte reactie posten Ø zelf foto’s, audio en videomateriaal toevoegen bij voorstellingen en op je eigen pagina         Ø foto’s en artikels van anderen bewaren in je eigen pagina

                                          

                                       

                                

 “De community begint nu echt op dreef te komen. Het is nu eenmaal de nieuwe technologische communicatie, dat kan je niet tegenhouden. Er zijn mensen die via deze weg communiceren en er zijn mensen die het nooit langs deze weg zullen doen. Als er veel over een bepaald onderwerp te doen is in de community, weet je wat er leeft onder je publiek en kan/moet je daar rekening mee houden, bijvoorbeeld bij het organiseren van een debat. Met de inhoud die we binnen krijgen via de community, moet nog wel wat meer mee gebeuren, het moet meer aan bod komen. Het is een tool en je krijgt informatie binnen die je anders niet hebt.”                                                                                                                    

Houdt u rekening met de reacties op een bepaald debat?

 “In welke mate moet je daar rekening mee houden? Toen de community nog niet bestond, kon je moeilijk reageren op elke klacht die binnenkwam. Dan ben je niet goed bezig, want het zijn mensen die malcontent zijn die reageren. De vraag is waar die voor staan. Als een bepaald volume begint te zeggen dat er iets mis is met een bepaald onderwerp, kan je wel beginnen denken dat er iets fout zit. Het blijft interessant om te weten wat er leeft onder je publiek. In de beginjaren deed ik hier de rondleidingen in de Vooruit. Soms doe ik het nog wel eens en dat is mijn community. Aan de hand van de opmerkingen die gemaakt worden en de vragen die men stelt, of tijdens het nababbelen in het café – want iedereen wil de gids trakteren, waar ik uiteraard ja op zeg- hoor je dingen. Vaak nodig ik de mensen van de marketing mee uit op rondleidingen en in een notendop krijgen ze meer informatie dan wanneer men een dure enquête laat afnemen.                                                                                                                                                                                                      Je pikt een geest op, een goed idee op, een opmerking. Het zou zeer hautain zijn om daar geen rekening mee te houden. Wat zijn je eigen parameters om rekening mee te houden? Als er al tien beginnen klagen, is dat al een serieus percentage, want niet iedereen kruipt in zijn pen. Hoewel ik mij wel kan inbeelden dat er via de community sneller gereageerd wordt. Je zet je antennes op, je voelhorens. Het is instructief.”                                                                                                                                                                           

Is het niet zo dat je via internet vooral de jongeren aanspreekt?                                                                          

“We hebben hier ooit eens (lacht) ‘websiteterroristen’ gehad. Zij knipten ‘www.vooruit.be’ uit elke affiche. Dat waren de mensen die ook geïnformeerd wilden worden, maar nog geen computer gebruikten. Als je enkel je informatie via de website geeft, stoot je bepaalde mensen af.”

“Het is allemaal relatief snel gegaan. 25 jaar geleden werd het maandblad nog gemaakt met een stencilapparaat. Nu gaat dat via de computer, dan naar de drukkerij en een week later is het klaar. Een computer is heel gemakkelijk. Papier is trouwens ook slecht voor het Amazone- en andere wouden. Papier vervangen door elektronische telecommunicatie is goed, hoewel ik mij wel afvraag wat er hier allemaal in de lucht hangt, als we zo wireless bezig zijn. Papierverslinderij dat zie je en die signalen in de lucht niet.               Het is een tool waarbij een huis als dit wel achterlijk zou zijn indien ze het niet zouden gebruiken. De voornaamste doelgroep zijn  jongeren en de jongeren van vandaag zijn de ouderen van morgen. Diegenen die de computer nu gebruiken gaan dat over 20 jaar nog doen. Maar op dit moment heb je nog steeds een combinatie nodig. De meerderheid van de jeugd zal stilaan wel via het net te weten komen wat we doen. Maar hou een enquête bij 40-plussers en het zal via de krant en het maandblad zijn. Je moet dus gewoonweg beide hebben.”

 “Wat interessant is in dit gebouw, is wat ogenschijnlijk van de dienst infrastructuur komt – het veilig maken van het gebouw via een beheerssysteem – zijn vertakkingen heeft naar communicatie en artiesten. Dat is fantastisch: we zitten hier met een monument, maar het is wel een actueel kunstencentrum. De hotspot in het Kafee – via wirelesscommunicatie kan je gratis draadloos op het internet surfen – is ook een vorm van reclame voor de Vooruit. Ook artiesten gebruiken hun laptop meer als een element in hun creaties. We zijn dus goed bezig: innovatief wat betreft het beheer van het gebouw, de artiesten én de marketing. Het middel, waarvan de community een veruiterlijking is, wordt gebruikt om het gebouw te beschermen, het publiek te bereiken en artiesten ermee te laten werken. Een nuttige investering dus en daarin zijn we wel vooruitstrevend.                                                                                                                                                                                           De digitale (r)evolutie die we hier gepleegd hebben, was een van de eerste keren dat op dergelijk grote schaal de overheid, het Interdisciplinair instituut voor BreedBand Technologie (IBBT), de universiteit, de privé en de kunstenwereld samengewerkt hebben. “

Zijn er ook nadelen aan deze digitale evolutie?

“Het enige nadeel is dat het duur is. We zijn blij dat we de proef- en speeltuin mogen zijn van het IBBT, de universiteit en de overheid. We hebben zelf ook bijgedragen, door mankracht, uren erin te steken. Het basisidee van op een vlugge manier heel veel mensen te kunnen bereiken, mag je ook niet misbruiken. De Vooruit heeft elke dag een voorstelling en dan kan je moeilijk daarvoor elke dag e-mails gaan rondsturen. We beperken het tot een nieuwsbrief eenmaal per weer, dat moet nog tot te slikken zijn.”

De Ancien Belgique streamt zijn concerten via het internet. Heeft de Vooruit zulke plannen?

“Het is de bedoeling dat we een digitaal archief gaan uitbouwen. Evenementen worden gefilmd maar het ontbreekt aan tijd om het te herbekijken en te monteren. De bedoeling is dat de website een interactieve site wordt.”

Zorgen de nieuwe media ervoor dat er meer volk komt naar de debatten die u organiseert?

“Je speelt wel in op het feit dat we nu eenmaal met een jeugd zitten die games speelt, chat en aan community doet. Het zou stom zijn om niet van de technologie gebruik te maken als die toch voorhanden is. Je mag je er wel niet door laten domineren. Het gesproken woord blijft van grootste belang. Je moet gewoon een format zoeken dat meer van deze tijd is. Het moet ook zeker een meerwaarde bieden. Letterlijk een meer-waarde. Waarde die er aan toegevoegd wordt zonder de aandacht af te leiden. Het publiek voor de debatten groeit doordat ze in de voorgaande debatten aangenaam verrast zijn door de manier van presentatie. Het publiek komt voor de namen, maar een deel van het publiek zal gestegen zijn ‘omdat het de vorige keer leuk was met filmjes enzo’. De technologie speel zeker mee.”

“Hoe  gaan de debatten er over 10 jaar uitzien? Hoe lang kan je dat van de beelden nog volhouden? Want dat wordt ook een truckje. Ik heb het idee om voor het programma van volgend jaar  terug te gaan naar een kleine zaal, het goeie ouderwetse salongesprek: 50 man, tafeltjes, een fles wijn, twee  personen over een bepaald onderwerp. Geen toeters en bellen. Zodat je op de huid van de sprekers zit. Ook al zijn er de mogelijkheden, af en toe het omgekeerde doen, tegen de wervelstorm in.  Je moet zorgen voor variatie. Als het twee straffe gasten zijn die komen spreken, dan ga je niet buiten met de gedachte ‘spijtig dat er geen filmpjes werden getoond’. Andersom ook, wanneer de sprekers niets te zeggen hebben, mag  je nog honderden beelden tonen, het publiek merkt dan ook dat het niet goed is. Je moet daar wat mee spelen.”

Ontstaat er meer cultureel engagement op deze manier? “Een paar jaar geleden stond er in de kranten dat de jeugd niet meer geëngageerd is, maar toch zit 600 man in de Vooruit voor een debat over het Midden-Oosten waarvan zeker 70 procent onder de 25 jaar is. De jongeren van vandaag zijn geëngageerd op hun manier. Ook tijdens het debat over Latijns-Amerika zat 350 man. Waarom zo veel? Ik denk wel dat de technologie daar een rol in speelt omdat ze niet naar het oubollige debat zitten te luisteren. Er gebeurt iets. Doet dat daarachter afbreuk aan de inhoud van het debat? Bijlange niet! Je presenteert het op een andere manier en daarom groet het publiek ook.”

MEER INFO: WWW.VOORUIT.BE 

Permalink Laat een reactie achter